WELKOM, BESTE NIEUWKOMER Lees - voor de goede sfeer - eerst de proloog (rechts) en daarna de februari-verhalen 1 t/m 4 op nummerieke volgorde. Klik in 'blogarchief' op 'februari'. SCROLL NAAR BENEDEN en lees ook: 'Wat eraan vooraf ging'. WEES DAARNA EEN LEESKNIKKER!
Powered By Blogger

dinsdag 27 maart 2007

Bindend evenbeeldje


Watch what you wish for


Waarschijnlijk word ik oud en sentimenteel. Ik zag vanmorgen dit kitscherig beeldje bij Tante Friede in de wandmeubel staan. Die oogjes, dat jurkje en eigenwijs luierkontje, doen me vertederend denken aan mijn eigen kleine Heather-Leezza. Ik mis haar zo erg. Natuurlijk mis ik ook mijn Daniël. Maar Heathertje is mijn alles bindende evenbeeldje. Ze brengt voor mij alles bij elkaar.


Daniël, haar zesjarige broer, is wat ze in Suriname noemen het ‘voorkind’ van mijn vrouw Gabriëlle. Maar hij is onberispelijk mijn geestelijke zoon. Ik wist niet dat zoiets bestond. Hij is echt de zoon die ik eigenlijk mijn hele leven heb gewild. Een wens die voortkwam uit mijn dagdromen die ik had als jongetje dat een papa wilde. Maar gek genoeg, toen de moeder van mijn eerste kind – miss little Sunshine – in verwachting was, hoopte ik vurig op een dochtertje. Dit vanwege mijn slechte omgang met vrouwen. Ik verwekte dan wel niet zoals mijn vader her en der – of los en vast – kinderen, maar ik brak minstens zoveel harten. Door een dochter te krijgen zou ik daadwerkelijk leren een vrouw lief te hebben en me om haar te bekommeren.

Maar als iemand mij vroeg waar ik op hoopte, sprak ik het nooit uit. ‘Watch what you wish for’. Dat is een waarlijk gezegde. Menigmaal, toen ik 's avonds gefrustreerd in mijn uppie zat op de redactie van de Ware Tijd als ‘chef Binnenland’ en nergens een bevlogen journalist of redacteur te bespeuren was, heb ik luid vanachter mijn bureau geroepen: “O heer, help mij de grote sprong voorwaarts maken naar het schrijversschap.”
Sodeju; nog geen jaar later zit ik hier – achtduizend kilometer verder, aan de andere kant van de oceaan – het leven te leiden van een schrijver. Weliswaar als ex-cocaïneverslaafde.
Maar als je de Heer wil dienen, dan is het offer groot en de beproeving zwaar. Ik heb het gered. En heb getoond bereid te zijn Hem elk offer te brengen. Inclusief mijn gezin. Net zoals Abraham bereid was Isaak, zijn enige langverwachte zoon, op te offeren. Maar als God bemerkt dat je oprecht het grootste offer wil brengen, dan laat hij je uiteindelijk alles behouden. Boven op het nieuwe.

Toen de moeder van Sunshine in verwachting was, ontbeerde ik dit overtuigde inzicht – waarover ik later meer uit de doeken zal doen – maar was ik wel voorzichtig. Daarom vertelde ik niemand dat ik verlangde naar een dochter. Immers, het kan impliceren dat een zoon niet welkom is. Om eventueel een doodgeboren zoon te voorkomen, hield ik wijselijk mijn mond. Een gezónd kind was welkom. Een cliché, maar waar.
We wilden ook niet vantevoren weten of het een jongen of een meisje zou worden. “Wat is dat nou voor een ouderwetse gedachte”, reageerde de specialist misplaatst verontwaardigd tijdens het maken van de echo. “Iedereen wil tegenwoordig vantevoren weten wat het is.” Ach ja, ze hadden zo’n apparaat eindelijk in Suriname; dus wilde hij kennelijk vooral zijn speeltje demonstreren.

Daniël werd enkele maanden eerder geboren. Gabriëlle was toen voor ons niet meer dan een tienermoeder uit de buurt. Een van de tallozen in Paramaribo. In de korte periode dat Sunshine en ik samen mochten zijn, brachten wij haar om te spelen met Daniël.
Toen door mede te doen van mijn agressief en explosief karakter Sunshines moeder “op de vlucht” naar Amsterdam was geslagen, zoals mijn ex-schoonmoeder dat verwoordde, was het Daniël die mij in kosmisch verbond hield met Sunshine. Het is onvoorstelbaar. Hij was nog geen twee jaar Daniël en toch elke keer als ik langskwam – al was het na máánden – dan groette hij mij steevast en verblijd met: “Dag papa van Sunshine.”

Het was een kind dat mij eraan herinnerde wie en wat ik was. In deze begroeting ligt ook mij diepe verbondenheid met Daniël. Het bedroefde mij ook dat hij – net als ik – al voor zijn geboorte door zijn papa was verlaten. Hoewel ik niet was weggelopen van mijn gezin, was ik geen haar beter dan zijn vader en eveneens verantwoordelijk voor de zoveelste jonge alleenstaande moeder. Hoewel ik het me steevast had voorgenomen, was ik er niet geslaagd te breken met deze negatieve erfenis binnen onze cultuur. Of beter gezegd: deze te ontlopen.

Daarom voelt Daniëls ook niet aan als mijn ‘stiefzoon’. Hij ís mijn zoon. Niet minder. In mijn overweging met Gabriëlle te trouwen, zei ik: ‘Heer, als u voor mijn Sunshine zorgt, dan zorg ik voor twee van uw kinderen.’ Trouwen was voor mij ook een expliciet verbond aangaan met God.
Sinds de geboorte van Heather-Leezza zijn Daniël en ik ook in genen verbonden. Toen ze ter aarde floepte, was mijn hart vervuld van blijdschap bij het zien van twee kleine schaamlipjes en – natuurlijk: tien vingertjes! Ze was ook mijn herkansing een dochter op te voeden. Een tweede kans die ik bijna om zeep heb geholpen.

Ik was toen voor tien dagen in China voor de Ware Tijd. De vraag was of ik wel moest gaan. Toch maar de gok genomen. De dag dat ik weer thuiskwam, kreeg Gabriëlle die nacht weeën en spoedden wij ons naar het ziekenhuis.
De volgende ochtend, 30 september, was Heather-Leezza geboren. Totdan was het voor mij een van de zoveelste nummers, maar toen ik uitgeput thuiskwam, de radio aanzette en ‘Wake me up, when September ends’ van Greenday uit de spieker dwarrelde, was het sindsdien mijn lijflied. Tot de dag van vandaag.

zondag 25 maart 2007

Geestelijk brandstof


Schrijven is als een zoektocht. Je kan soms blindelings doorrazen en loop je je stuk.

Hoe veel je ook borrelt van inspiratie en energie; soms moet je bedachtzaam bekijken waarheen die zoektocht je leidt. Het kan ook zijn dat je voor je gevoel een doodlopende afslag hebt genomen. Dat je een muur moet doordringen. Doorbeuken brengt je nergens. Dan brengt innerlijke berusting uitkomst en moet je gewoon dingen doen die in je opkomen; je gevoel volgen. Mits je er geloof in hebt, stuit je op een gegeven moment op een verborgen sleutel om weer voort te kunnen.


Ik zit vast voor mijn gevoel de afgelopen dagen. Ik walg ook even van mijn onemanshow. “Je weblog is als een mitrailleur”, zei mijn pleegboer Rudy die zojuist aan de deur was. Ik krijg veel complimenten over mijn energie. Maar ik zie het als een waarschuwing: ik moet mezelf niet voorbij draven. Terug naar de basis: waarom ben je ermee begonnen, voor wie en met welk doel? Precies: ik doe het voor mezelf; als uitlaatklep. Dus even geen ‘update’-reminders meer sturen. De mensen vinden vanzelf wel hun weg.

Hoewel niet gedeprimeerd, ervoer ik mezelf vanmorgen als een dode pier. Dan moet je aardse dingen gaan doen. Zoals een wandeling maken of gewoon de zon opzoeken. Ik ben ook eindelijk weer het huis gaan schoonmaken, inclusief de toiletten. Het is zo de moeite waard, dat gevoel van: ‘het zijn de kleine dingen die het hem doen’. Dat heb ik herontdekt in die maand van verblijf in De Stem, het christelijk opvangcentrum voor drugsverslaafden in district Para, Suriname.

Ik heb zojuist ook een wandelingetje gemaakt – gewoon lekker de twee kilometer lange straat op en neer afstruinen in de verkwikkende gure wind, koekeloeren in nichewinkeltjes. Toen ik weer binnen was, rook het huis heerlijk citronellafris. De ziel geeft je daadwerkelijk ingevingen. Tante Friede heeft zojuist bezoek gekregen van kerkgenoten. Onverwachts, maar ze werden wel in een fris huis ontvangen.

Daarna ben ik lekker in de bijbel gaan lezen. Ik heb Tante Friede een aantal teksten voorgelezen uit Matteüs. En zo zijn we ons eigen kerk. “Waar twee of meer in mijn naam vergaderen, ben ik in hun midden”, zegt Christus. Toen ik voor het eerst op deze passage stuitte, in De Stem, voelde ik grote opluchting. De ‘ware kerk’ – zoals door velen geclaimd – bestaat dus niet. Of beter gezegd: álle kerken zijn de ware. Ach, dat de één het boek van Mormon ernaast hanteert of dat de ander meent dat er maar beperkt plaats in de hemel is, zal God een worst zijn; zolang je de Heilige Drie-Eenheid maar niet verloochent.

Mijn favoriete passages zijn waar Jezus in eeuwig debat is met die eigenlijk ongelovige Farizeeën, die hem maar steeds beproeven, louter met het doel hem te willen doden. Allemaal angst en klein denken; dingen die we dagelijks om ons heen ervaren. Vandaag las ik weer over de ‘genezing op sabbat’.

In de synagoge treft Jezus een man aan met een verschrompelde hand. De Farizeeën testen hem uit door voor te leggen of het wel geoorloofd is op de sabbat te genezen. Meesterlijk boemerangt Jezus de vraag terug: “Wie zou er onder u zijn, die één schaap heeft en die, als dit op een sabbat in een put valt, het niet grijpen zal en eruit trekken? Hoeveel meer is een mens een schaap niet waard.” Waarop hij de man zijn uitgestrekte hand geneest.

Het was ook de tragiek van Christus. Hij wilde met geen woord of nalaten zichzelf verloochenen, om zo zijn onvermijdelijke noodlot af te wenden. Zo krachtig dienen ook wij in het leven te staan.

In elk geval zit mijn hoofd weer los. Het is niet belangrijk dat je altijd qua inspiratie op een bepaald doel afkoerst. Het gaat erom dat je bij je aanhoudende zoektocht tussentijds geestelijk bijtankt. Christus is mijn brandstof.




Ik ben nu volledig geïnstalleerd op de zolderetage. Ik voel me vrij en kijk boven de daken uit. De top van de hoge kerktoren, aan de Cornelis Krusemanstraat, lijkt nu op een kapelletje op het dakenhorizon. Mijn innige wens was een mooie wandklok met Romeinse cijfers. Tante Friede heeft een oude beneden liggen, in een van de laden vol opgeborgen en vergeten schatten. Maar het was er nog niet van gekomen om batterijen te kopen. Steeds vond ik ze te duur.

Nu beschik ik met de kerktoren – vanaf mijn bureau – dag en nacht over een staande klok, met gouden Romeinse cijfers, in het buitendecor, dat voortdurend van behang wisselt! Waarachtig: geloof en gij zult voorzien worden.

Ik voel me een buitengewoon gelukkig mens. Toen ik Tante Friede van de week vertelde dat ik voor het geluk geboren was, citeerde zij een wijsje dat ze in haar kindertijd van haar moeder had geleerd.

‘Ik ben een kind van God bemind

en tot geluk geschapen

Zijn liefde is groot;

Hij geeft mij brood,

een bed om in te slapeN’

Dé primaire essenties in het leven: brood en een bed. Tijdens mijn dolen in de drugsscene van Paramaribo besefte ik dit maar al te zeer en wist ik dat de prijs voor cocaïnegenot te hoog is. Je hebt als mens wel degelijk veel te verliezen, met je lichaam als behoedende tempel. Gratis gebouwd en aan jou geschonken. Een tempel die je nooit en te nimmer mag uitroken.

Er schalt stichtelijke opera uit de radio. Het meeslepende ‘Ave Maria’. Schrijven is soms – bij de juiste inspiratie – als spontaan aan een nieuwe symfonie beginnen. De akkoorden vloeien van je toetsenbord. Andante schrijdt je voort. Hier en daar een korte intermezzo. Een behoedzame aanslag.

Synchroon met het einde van de aria tik ik de laatste zin, die mijn verhaal complementeert. Dit is wat ik noem: ‘spiritual connectivity’. Het hangt allemaal gratis in de stratosfeer. Aan onze vrije wil om in te haken.

Wat eraan vooraf ging

*iwanbrave=brainwave* Hij vertrok in 1996 als gefrustreerde ex-Het Parool-journalist naar Paramaribo, Suriname voor zijn doorbraak. Hij columnistte 3 jaar voor de Volkskrant, schreef voor de Groene Amsterdammer, werd correspondent van RTL4-nieuws, presenteerde voor ABC Radio van de legendarische Johnny Kamperveen. In 1998 verscheen zijn bundel 'Enkele Reis Paramaribo'. Hij ging een tweede mislukt huwelijk aan met het Parool. Hij legde de bouw van de twee megabruggen - totaal 3 km - vast voor Ballast Nedam. Was medegrondlegger van PIT, Paramaribo Post, Informed, gaf zijn krachten aan United Business Magazine, hoereerde bij Future Radio, flirte met The Times of Suriname, had een haat-liefde verhouding met De West. Werd uiteindelijk chef Binnenland/Economie en politiek redacteur van de Ware Tijd en columnistte voor - last but not least - AD/Haagsche Courant. Totdat hij compleet op was en versplinterd. Oh ja: hij trouwde - na ettelijke relaties en avontuurtjes - ook nog tussendoor AIDSVRIJ met een 19-jarige Aucaanse. Heeft drie kinderen- van wie twee biologisch en twee wettelijk. Al zijn nazaat heeft als geboorteplaats 'Paramaribo'. Niet slecht voor een "EURO-NEGER"! Laatstelijk gesignaleerd in de drugsscene van Paramaribo. Broodmager. Hij vluchtte uit het Psychiatrisch Centrum Suriname - wie zou dat niet hebben gedaan - en liep weg bij het christelijk opvangcentrum voor drugsverslaafden De Stem. Linea recta naar Amsterdam. Voor 'totaal herstel'. Voorlopig zonder zijn gezin.
Powered By Blogger

Klik tips voor optimaal leesplezier!

Klik op: 'Ouder(e)' berichten voor volgend(e) van latere datum. Viceversa voor 'Nieuwer(e)'. Klik op: titel boven elk verhaal (of in "Blogarchief") voor zichtbaarmaken reacties. Klik op 'Startpagina' voor herstel van pagina zonder reacties.