WELKOM, BESTE NIEUWKOMER Lees - voor de goede sfeer - eerst de proloog (rechts) en daarna de februari-verhalen 1 t/m 4 op nummerieke volgorde. Klik in 'blogarchief' op 'februari'. SCROLL NAAR BENEDEN en lees ook: 'Wat eraan vooraf ging'. WEES DAARNA EEN LEESKNIKKER!
Powered By Blogger

woensdag 16 mei 2007

Slechts invoeren


“Au…, ou…, ui…, áá…, éé…”

Het is zaterdag. Daniël oefent vlijtig klanken en woordjes. Gisteren trok ik de stoute schoenen aan en klopte aan bij een school, twee hoeken verderop, om te vragen of hij als ‘gastleerling’ mag meedraaien. De adjunct-directrice had er aanvankelijk een zwaar hoofd in. De periode van allerlei afsluitingsactiviteiten was aangebroken. Ook moest ze rekening houden met de klasjuffrouw.
“Ik denk niet dat die met deze drukte gaat zeggen: Ha fijn, nog een kind bij!”, zei ze. “De vraag is natuurlijk ook: is het een handelbaar kind?” Even aarzelde ik vanwege onze vader-kind-strubbelingen, maar zei: “Daniël is een hele lieve jongen.” Voor de geloofwaardigheid gooide ik erachter: “Hij is natuurlijk wel een gezonde bengel.”
Ook vroeg de hoofdjuffrouw zich af of de ‘hectische periode’ in Daniëls belang zou zijn. Zijn vakantievisum vond ze geen bezwaar. “Belangrijk is dat het kind zich veilig voelt en aandacht krijgt.”

Ze wilde een uur bedenktijd en eerst overleggen met de betreffende klasjuffrouw. Wel had ze me al laten zien in welke klas Daniël eventueel zou komen. Ik wandelde met een zekere watervrees door het schoolgebouw. Het riep vervlogen herinneringen op. De gangen, ingeklemd door twee trappenhuizen, met hun ingesleten marmeren treden. Het is een voormalige RK-school – nu oecumenisch – grenzend aan een kerk en parochie met een omsloten binnenspeelplaats. Het leek een mini-uitvoering van mijn vroegere RK-jongensschool. Maar ik bedacht me dat ik als kind natuurlijk alles veel kolossaler had beleefd. De gangmuren waren behangen met kleurige, blijmakende werkstukken van leerlingen. Ik was aangenaam verrast toen het pauze werd en de kinderen uit de klassen stroomden: allerlei soorten afkomsten zag je!
“Wij zijn geen witte of zwarte school”, zei de juffrouw. “Onze kracht en kwaliteit is juist de diversiteit aan afkomsten.” En het was beslist geen pr-praatje; het voelde net zo vertrouwd aan als in Suriname, waar het de normaalste zaak is dat allerlei culturen door elkaar krioelen.

“Ik hou mijn duimen gekruist”, had ik foutief uit enthousiasme tegen de juffrouw gezegd. Thuis wachtte ik af met ouderwetse spanning als na een examen. Vanwege de smeltkroes, die de school toch wel is – en natuurlijk ook die ideale loopafstand – hoopte ik vurig dat Daniël zou worden aangenomen. Hem wachtte beslist geen cultuurschok. Toen de juffrouw belde met de mededeling: “Ik heb heel erg moeten pleiten, maar het is prima dat hij komt”, was ik zo blij als een geslaagde. “En als hij wil, mag hij ook mee op schoolreisje.”

Even later gingen we met zijn vieren naar Daniëls nieuwe school. Ik had me volkomen in hem verplaatst toen we tegenover al zijn nieuwe klasgenootjes stonden. Ik was ook zes toen we naar Nederland vetrokken. De klas mocht voor mij nu dan wel overzichtelijk zijn met kleine meubels en kleine mensen, maar voor Daniël was het een compleet nieuwe wereld. Ik kreeg een knoop in mijn buik; alsof ik het was die overeind moest blijven tegenover al die vreemde, nieuwe ogen.
“Daniël mag hier naast mij komen zitten”, zei een mooi karamelgetint meisje. Daniël beende vastberaden door het lokaal en ging naast haar zitten. “Dag allemaal”, zei hij ongelooflijk dapper. Toen we weer op de gang waren, zei ik opgelucht tegen de hoofdjuffrouw: “Volgens mij had ik het zwaarder dan Daniël.”

Hoewel hij in Suriname als ‘late leerling’ in de tweede kleuterklas zat , is hij toch in ‘groep 3’ geplaatst. Ik had de hoofdjuffrouw bij ons eerste gesprek verteld dat ik hem zelf heb leren lezen. Ik weet niet of ik de juiste methodiek heb gebruikt, maar hij kent alle klanken en letters. Ter illustratie vertelde ik dat Daniël op een dag, wijzend op een advertentie op de achterkant van het telefoonboek, had gezegd: “Papa, hier staat Hakrinbank.” Hij had het zelf uitgevist.
“Mooi, dat is ongeveer het leesniveau van groep 3”, reageerde de jufrouw. “Maar we hebben sowieso een orthopedagoog die gaat bekijken waarin hij eventueel achterstand heeft.”

Vanmorgen ben ik met Daniël achter de computer gekropen om klanken en woordjes te oefenen. Hij zat op mijn schoot. Dat was alweer meer dan acht maanden geleden voor het laatst. Hij wist nog vrijwel alles. Ook de ‘nk’-, ‘ng’- en ‘ch’-klanken. Ik schreef, hij spelde en las hardop de woorden. Sommige mocht hij zelf intikken.
Nog enkele jaren geleden vroeg ik me zorgelijk af wat ik mijn kinderen creatief te bieden zou hebben. Ik ben geen goede muzikant, kan niet tekenen, ben een matige sporter en zingen kan ik al helemaal niet. Maar het was natuurlijk onzin, realiseerde ik me ineens. Ik ben goed in lezen en schrijven. En mijn instrument is de computer. Lezen en schrijven vormen bij uitstek dé sleutel naar kennis en ontwikkeling, en al helemaal op een computer. Het is verbazingwekkend hoe de hersenen van een kind werken als een nieuwe, geformatteerde harddisk. Je hoeft slechts in te voeren, het kind zorgt zelf voor de opslag. Je hoeft weinig uit te leggen. Het is zoals bij een liedje. Je vroeg je toch ook niet af waarom Kortjakje altijd ziek was behalve zondags. Dus ‘ôh’ plus ‘èh’ wordt ‘oe’… ‘áh’ plus ‘uh’ wordt ‘auw’. Punt uit.

Daniël wist ook nog altijd de functie van backspace, spatie en hoe je de cursor moet verplaatsen zonder wissen. Feilloos bedacht en schreef hij zelf de zin: ‘De boomstam is bruin’. Vanmorgen liet ik zien hoe je met tabs sprongetjes kan maken. Aan het eind printten we twee velletjes met klanken, woorden en leuke zinnetjes, die hij keurig aan elkaar niette. Het ziet eruit als echt leermateriaal. Dat is wat ik mijn kinderen kan bieden qua creativiteit!
“En je moet oefenen, want ik heb de juffrouw gezegd dat je goed kan lezen”, zei ik hem. Ik moest me echt inhouden om niet te zeggen: “En laat me niet vallen.” Maar dat kan ik, realiseerde ik me meer dan ooit, alleen afdwingen door vertrouwen in hem te stellen.

dinsdag 8 mei 2007

Verloren Schaap


“Papa, papa!”, valt mij alweer sinds een week dagelijks ten deel uit het mondje van Heather-Leezza. Als Goddelijke muziek in mijn oren.

Na acht maanden verblijf ik weer onder één dak met mijn gezin. Heb ik mijn dagelijkse cocaïneroken ervaren als kamikazevlucht – waarin ik Gabriëlle en de kinderen meevoerde, hun vlucht van Paramaribo naar Amsterdam was de spannendste in mijn leven. ‘Als dat toestel maar niet naar beneden komt’, spookte door mijn hoofd. Er is geen groter gevoel van machteloosheid dan lijdelijk moeten toekijken omdat je de grip op je eigen leven volledig uit handen hebt gegeven.

Ik ben er nog steeds niet over uit hoe het mogelijk is dat ik op het punt ben gekomen mijn gezin te verlaten voor die witte slet. Achteraf gezien kruipt ze stilletjes als een sluipduivel in je hoofd en neemt de volledige controle over op je denkkamer. Op zo’n subtiele wijze dat haar influistering langer zijn werking op je heeft dan je doorhebt. “Mijn vrouw is mijn grootste opponent”, zei ik een keer tegen Gabriëlle tijdens onze zoveelste ruzie over mijn transformatie tot a-sociaal sujet. Zelfs nadat ik bijna een maand clean was in het christelijk opvangcentrum De Stem, in district Para, had ik nog steeds de overtuiging dat mijn vrouw het brein was van een demonisch complot tegen mij.

Je voelt je scherp, slim en alert. Je gelooft in je eigen sprookje over de strijd tussen goed en kwaad. Die strijd is er wel, maar die vindt uitsluitend in je hoofd plaats. Tegelijkertijd – hoewel ik het me moeilijk kon voorstellen – bad ik wanhopig: “O God, laat ik het aan het eind van de rit volledig fout hebben.” Het was ook de journalist in mij die mij uit deze psychotische waankolk trok. Ik hield me vast aan mijn kennis over de gevolgen van hard drugsgebruik, waarover ik zelf menigmaal geschreven had.

“Ik ga de waarheid ontdekken”, zei ik tegen vrienden uit de drugsscéne, enkele dagen voor mijn vertrek naar Nederland. Ik zou en moest weten of mijn vrouw de bloemetjes buiten aan het zetten was en mij maar liet verrotten. In trimdraf ging ik naar mijn huis, waar ik al geen twee maanden was geweest. Ik was voorbereid op feestende uitbuiters over de vloer en van plan ze eruit te smijten. Maar wat ik aantrof was even beschamend als ontnuchterend. Beschamend voor mezelf. Een radeloze jonge vrouw, die nog enkele uren restte om het huis te ontruimen wegens huurachterstand maar er nog steeds niet aan toe was gekomen omdat zij er geheel alleen voor stond.

Via een collega van de krant hadden Gabriëlle en de kinderen onderdak gevonden in een bouwvallig bejaardenoord in het centrum. Mijn moeder, die ook voor mijn passage naar Amsterdam had betaald, had mij de laatste drie dagen ondergebracht in Hotel Krasnapolsky. Terecht wilde mijn vrouw even niets van mijn reikende hand hebben. En daar lag ik dan daar in mijn luxueuze hotelkamer, veilig en gerieflijk, terwijl mijn vrouw en kinderen zich bevonden in een obscure buurt in het centrum, zonder slot op hun deur. De omgekeerde wereld van wat ik nog kort daarvoor in mijn hoofd had.

Uiteindelijk hebben we toch met zijn allen mijn laatste nacht gezamenlijk in het hotel doorgebracht. Verzoening op de valreep. Hoewel ik naar Amsterdam ging met als uiteindelijk doel behoud van ons gezin, was mijn gevoel niets anders dan dat ik op de vlucht ging voor mijn eigen puinhoop en mijn gezin in de steek liet. Feitelijk was dat ook zo. Maar ons gezin was in zo’n diepe put beland, dat ik wel als eerste omhoog moest klauteren om de anderen te kunnen optrekken.

Ik heb de laatste nacht diepgaand overwogen niet meer naar Amsterdam te gaan, ondanks alle kosten die mij moeder had gemaakt. Maar op dit soort momenten moet je je vanuit een diepe overtuiging verlaten op God en je niet laten leiden door valse machogevoelens.

Er viel niets te maken uit de puin die er lag. De dag voor mijn vertrek kwam de fotograaf van de krant spontaan langs bij het Hotel. Toen ik hem over Gabriëlle’s penibele woonsituatie vertelde, zei hij direct: “Ik heb nog een kamer vrij; als ze wil dan kan ze met de kinderen bij mij intrekken.” Dat was voor mij het Groene Licht van boven om los te laten.

Mijn pleegmoeder heeft betaald voor de ‘lange vakantie’ van mijn gezin. Na tien jaar heb ik weer Koninginnedag in Amsterdam gevierd. De mooiste in mijn leven. Ook Daniël en Heather-Leezza konden hun geluk niet op. Het Vondelpark was zo paradijselijk groen, zonnig en vredig, dat ik me erom verwonderde hoe een mens van zijn leven in een handomdraai hemel of hel kan maken.

De afgelopen maanden heb ik bezinningsvol mogen ervaren hoe zinloos minstens de helft van mijn dag is zonder mijn kinderen. Dat waren geen gevoelens van verveling, maar de realiteit dat je er voor ze moet zijn omdat zij eenvoudig weg nu aan beurt zijn. Maar het was ook alsof God me toonde: ‘dit is toch wat je wilde met je grote ego?’ Acht maanden is lang in het leven van een kind van anderhalf, maar door regelmatig telefonisch contact en foto’s is voor Heather-Leezza niets verloren gegaan. Ze was zo blij om me te zien. ‘Herdertje’, noem ik haar liefkozend. Ik voel me onbetwist haar verloren schaap dat is wedergekeerd!

Velen om me heen vinden mij ‘sterk’ vanwege mijn radicale ommekeer. Maar ik ervaar dat niet zo. Zo’n dwaling van eenzaamheid en ziekmakende nasleep wil je als mens geen tweede keer meemaken.

“Dus voor jou wegen de nadelen van het roken sterker dan de voordelen”, verduidelijkte mijn psychologe bij het Jellinek waar ik een ambulant programma afloop. Ik zou willen zeggen: de voordelen van het leven wegen zwaarder. Bovendien zou ik mezelf de kans ontnemen om als ‘papa’ alsnog de leegten die in mijn vaderloze jeugd zijn geslagen te repareren.

Wat eraan vooraf ging

*iwanbrave=brainwave* Hij vertrok in 1996 als gefrustreerde ex-Het Parool-journalist naar Paramaribo, Suriname voor zijn doorbraak. Hij columnistte 3 jaar voor de Volkskrant, schreef voor de Groene Amsterdammer, werd correspondent van RTL4-nieuws, presenteerde voor ABC Radio van de legendarische Johnny Kamperveen. In 1998 verscheen zijn bundel 'Enkele Reis Paramaribo'. Hij ging een tweede mislukt huwelijk aan met het Parool. Hij legde de bouw van de twee megabruggen - totaal 3 km - vast voor Ballast Nedam. Was medegrondlegger van PIT, Paramaribo Post, Informed, gaf zijn krachten aan United Business Magazine, hoereerde bij Future Radio, flirte met The Times of Suriname, had een haat-liefde verhouding met De West. Werd uiteindelijk chef Binnenland/Economie en politiek redacteur van de Ware Tijd en columnistte voor - last but not least - AD/Haagsche Courant. Totdat hij compleet op was en versplinterd. Oh ja: hij trouwde - na ettelijke relaties en avontuurtjes - ook nog tussendoor AIDSVRIJ met een 19-jarige Aucaanse. Heeft drie kinderen- van wie twee biologisch en twee wettelijk. Al zijn nazaat heeft als geboorteplaats 'Paramaribo'. Niet slecht voor een "EURO-NEGER"! Laatstelijk gesignaleerd in de drugsscene van Paramaribo. Broodmager. Hij vluchtte uit het Psychiatrisch Centrum Suriname - wie zou dat niet hebben gedaan - en liep weg bij het christelijk opvangcentrum voor drugsverslaafden De Stem. Linea recta naar Amsterdam. Voor 'totaal herstel'. Voorlopig zonder zijn gezin.
Powered By Blogger

Klik tips voor optimaal leesplezier!

Klik op: 'Ouder(e)' berichten voor volgend(e) van latere datum. Viceversa voor 'Nieuwer(e)'. Klik op: titel boven elk verhaal (of in "Blogarchief") voor zichtbaarmaken reacties. Klik op 'Startpagina' voor herstel van pagina zonder reacties.