WELKOM, BESTE NIEUWKOMER Lees - voor de goede sfeer - eerst de proloog (rechts) en daarna de februari-verhalen 1 t/m 4 op nummerieke volgorde. Klik in 'blogarchief' op 'februari'. SCROLL NAAR BENEDEN en lees ook: 'Wat eraan vooraf ging'. WEES DAARNA EEN LEESKNIKKER!
Powered By Blogger

zaterdag 10 maart 2007

Vingerwijzing & Huiselijk Geweld

Een vriend wees mij gisteravond op de site www.geenstijl.nl. Die zou ‘rauw en spraakmakend’ zijn. Ik surfte erheen, maar de site sprak mij niet aan. Wel viel mijn oog op: ‘Cabaretier Komproe opgepakt’.

Ik klik en lees: ‘De politie heeft donderdag in Purmerend cabaretier Howard Komproe opgepakt wegens mishandeling van zijn vriendin. Vanwege het incident kon de cabaretier de geplande voorstelling donderdagavond in Theater De Purmaryn niet geven.’

Is dit satire? vraag ik me lichtelijk met valse hoop af. Ik googlelen en de bittere nieuwsrealiteit was daar. ‘Cabaretier Komproe opgepakt voor mishandeling vriendin’, aldus een link naar de Telegraaf.

Nu heb ik op mijn blog een rubriek 'Nieuws onderons'. Wat te doen, want elk onderonsje geldt? Maar ja, ik heb mezelf in het verleden ook schuldig gemaakt aan wat heet ‘huiselijk geweld’. Nou haast ik me te zeggen dat ik niet behoor tot de categorie ‘je partner alle hoeken van de kamer laten zien’. Maar elke klap is te veel. En die lijn heeft de moeder van mijn eerste kind direct getrokken. Gelukkig maar, want eerlijk bezien was er sprake van een glijdende schaal.

‘Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen, maar om de wereld te behouden’, zei Christus. Toen ik deze tekst las tijdens mijn verblijf in de Stem, het christelijke opvangcentrum voor drugsverslaafden in het paradijselijke district Para, wist ik definitief dat ik met (bepaalde) ‘kritische’ journalistiek wilde stoppen. Immers, het is een vorm van oordelen zonder dat het doden aan de zeik zet. En als Christus niet is komen oordelen, wie ben ik?

In dat opzicht sta ik in het krijt bij Dino Bouterse, die nu acht jaar uitbromt. Mijn laatste grote klapper – om het maar zo te zeggen – was een artikel dat ik schreef over hem voor Nieuwe Revu, nadat hij op 13 juni 2003 in Curaçao was gearresteerd. ‘Dino de drugsdief’, was de kop. Maar eerlijk gezegd, knaagde ergens in de verte het gevoel: ‘En, wat nu? Voel je je dapper? Dino is in de shit en je geeft hem nog even een behoorlijke trap na’. Met zo’n vader en zo’n jeugd is het begrijpelijk dat hij is, wie hij nu is. Bovendien ontbrak zijn weerwoord. Nou is het vrijwel onmogelijk als ‘kritische’ journalist bij de Bouterse-clan aan te kloppen voor weerwoord. Je komt gewoon niet binnen. Maar desondanks had ik een gewetensgrens bereikt.

Desondanks herschreef ik op verzoek het artikel in oktober 2004 voor de inmiddels ter ziele Paramaribo Post. Dit naar aanleiding van Dino's (tweede) strafzaak wegens illegale wapenhandel. Ik zette me over mijn gewetensbezwaren heen, omdat naar mijn mening Surinamers rechtstreeks mochten vernemen wat lokale justitiële topfunctionarissen over Dino te vertellen hadden. Bovendien wierp het enigzins licht op de persoon van Dino, die eeuwig in de schaduw van vader Desi opereerde. Alleen waren ze bij PP bang voor een proces wegens smaad en moest een vraagteken achter de kop en drugsdief nadrukkelijk tussen aanhalingstekens. Klik en lees: 'Dino "de drugsdief"?'


Op de site van de telegraaf springen de racisten als kannibalen erop en verslinden onze Komproe met huid en haar. Een reactie luidt: ‘Je kunt een aap wel uit de jungle halen, maar hoe haal je de jungle uit een aap?’. En de Telegraaf, de krant van ‘wakker Nederland’, laat het allemaal keurig onversneden staan! Klik en lees: de Telegraaf.

Vanmorgen, zaterdag, lees ik op NU.nl: ‘Komproe opgepakt na ruzie met vriendin’. Met deze objectieve kop kan ik leven. Ook heb ik een artikel van het Parool overgenomen. ‘Thuis meppen? Sleutels inleveren’. Met de bedoeling dat we elkaar niet nawijzen, maar er lering uittrekken, van welke cultuur we ook zijn, zowel man als vrouw. Net als drugs is agressie vernietigend voor een mens. Over het fysieke komen we betrekkelijk snel heen, maar de geestelijke wonden snijden vaak ongeneeslijk diep.

Extra tragisch voor Komproe is dat een geplande voorstelling niet kon doorgaan. Zie daar de ongewild grote maatschappelijke afgang en schade. Mijn advies aan Komproe en zijn vriendin – als tenminste de berichtgevingen kloppen: zet je niet steeds over ‘kleine’ fricties heen. Loop (voorlopig) weg van elkaar en ga beiden werken aan jezelf! (Ja: dat gevoel wat je steeds weer negeert.) Je ‘verliest’ dan slechts één ‘partner’, anders zoveel meer!

vrijdag 9 maart 2007

“Je Gaat Keihard Werken Kréng!”



‘Hé, heb jij ADHD?’ vroeg Jina, een kennis, aan mij.


Ze was met haar jongere zus op omabezoek bij Tante Friede, mijn bijna tachtigjarige pleegmoeder bij wie ik ben ingetrokken. Ook mijn pleegbroer Robert en een andere kennis waren er. “Weet je waarom ik het vraag. Je gedraagt je zo hyper; op alles heb je een opmerking”, lichtte zij toe.

We lachten erom, maar eigenlijk schoot ze in de roos. Eerlijk gezegd lachte ik als een boer met kiespijn. Niet eens vanwege de pijnlijkheid als wel de raakheid.
Katharina, mijn therapeute, heeft mij al plagend voor de voeten geworpen: “Ach jongen, jij bent gewoon een ADHD’ertje.” Afgelopen donderdag nog zei ze: “Kijk maar naar je weblog. Al die kleuren. En dan die teksten. Dan weer groot, dan weer wit, dan weer schuin. Ik word er zelf hyper van.” Gelukkig zei ze erbij: “Het is goed jongen; je weblog is de weerspiegeling van je ziel. En daar is niets mis mee.”
Voor mij is het extra frappant dat ik hier in Amsterdam, op weg naar ‘totaal herstel’, in verband word gebracht met ADHD. ‘Alle dagen heel druk’, heet het in de volksmond. “En dat is precies wat jij bent”, zegt Katharina.

Enkele jaren geleden, toen ik in opdracht Suriname’s eerste health- en lifestyleblad Informed opzette, ging het hoofdartikel over kinderen met ADHD. Ik had er nog nooit van gehoord. Een van de medewerksters had een zoon met ADHD. Toen ik de over symptomen van deze kinderen las, herkende ik het kind in mezelf in hun impulsieve gedrag. Oké, ik zat niet continue te stuiteren op mijn stoel. Ik stak niet zomaar over zonder uit te kijken. Evenmin gaf ik zomaar iemand ineens een klap in het gezicht. Maar ik was wel altijd haantje de voorste en tergde mijn omgeving tot op het bot. We waren nog maar net in Nederland – ik zat in de eerste klas – toen mijn moeder vertelde wat ze op ouderavond over mij had gehoord. “Iwan zuigt je het bloed onder de nagels vandaan”, had mijn juf gezegd. Ik wist niet precies wat het inhield. Wel zag ik bloeddoorlopen nagels voor me en door de vochtige ogen van moeder, besefte ik dat ik iets verschrikkelijks deed. Zonder opzet.

In 2004 werd ik vanuit Paramaribo columnist voor de Haagsche Courant. Bij onderlinge correspondentie spraken wij kort van ‘HC’. Toen de krant een jaar later werd ingelijfd door het Algemeen Dagblad – en sindsdien AD/Haagsche Courant heet – korte ik het af met ADHC. “Nog één stap verder in het alfabet en we hebben ADHD”, e-mailde ik jolig aan de gestreste redactie die gebukt ging onder de reorganisatie vol onzekerheden.

Dus je kunt je voorstellen dat mijn therapeute het wel lacherig afdeed, maar dat het voor mij met terugwerkende kracht een teken aan de wand is. En nu ineens die vraag van Jina. “Heb jij ADHD?” Shit! Oef!
Een week eerder verweet een schoonzus mij dat ik “nooit aan een ander vroeg hoe het met die ging” en dat ik het “alleen maar” over mezelf heb. Ook al zo pijnlijk en waar.
Op weg naar de bus, besprak ik dit met mijn boomgrote broertje Ruben. En meteen haalde hij een voorbeeld aan van een vroegere collega, die het alleen maar over zichzelf kon hebben.
“Hij bleek achteraf een ernstige mate van ADHD te hebben”, zei Ruben. Toen ik hem vertelde over de plagerij van mijn therapeute, schrok hij zichtbaar. “Nee, jij hebt geen ADHD”, probeerde hij lieflijk te verzachten, maar ik zag in zijn ogen lichte vertwijfeling.
Maar het maakte me niet uit; sindsdien hou ik er ernstig rekening mee. Niet dat ik het dramatisch vind, maar ik ben iemand die liever niets wegstopt. Ik geloof heilig in uithangen van de vuile was. Vandaar ook deze weblog. Sommigen vinden het dapper en ‘openhartig’. Ik zie het als ordinair lijfsbehoud.


* * *

Toen ik in september na mijn eerste ‘flash’ door het cocaïneroken een twee kilometer lange bad trip in slechts mijn onderbroek maakte door Paramaribo en uiteindelijk op het politiebureau was beland, vroegen agenten steeds op verwijtende toon: “Bent u zo van huis gekomen?” En: "Waar zijn uw kleren? Zo van: schaamt u zich niet meneer de ‘bekende journalist’. Op gegeven moment zei ik: “Agent, ik ben alleen maar blij dat ik levend bij u hier op het bureau ben aangekomen.”
En ik meende het uit het diepste van mijn hart. Voor hetzelfde geld was ik de volgende dag voorpaginanieuws:
‘Journalist Iwan Brave gooit zich voor vrachtwagen’.
Ik heb gevochten voor mijn leven. Het was alsof ik door een donkere tunnel ging. Elke keer als ik koplampen zag, zoog het licht me als een kwade zwaartekracht naar de weg. “Niet oversteken, niet oversteken…”, zei ik elke keer tegen mezelf. Dank zij eerdere bad trips met LSD in Amsterdam, wist ik het wilde zilveren cocaïnepaard enigszins te temperen. In elk geval zaten mijn benen en knieën vol schrammen en pittige schaafwonden van al die valpartijen. Ik heb daarna een dag niet kunnen lopen of staan van de (spier)pijnen.

“Jouw geest kent alleen maar de hel en de hemel” , zei Katharina over mijn pieken-en-dalen-mentaliteit. Au, dat was ook een vlijmscherpe dart in de roos. Mijn lieve Tante Friede, die vroeger mijn leerkracht was op de MAVO en zich over mij had ontfermd nadat ik als vijftienjarige van huis was weggelopen, zegt mijn leven lang al: “Bij jou is het himmelhoch jauzchend oder zum Tode betrübt.”
Ja ja, mijn pleegmoeder – Surinaamse in hart en nieren – is niet het prototype erudiete academica, maar zij heeft een natuurlijk talent voor haarscherpe analyses die ze met een paar woorden neerzet. Freud zou naast haar van minderwaardigheid zijn vlucht in de coke hebben gezocht.
“Je bent een promotor”, zegt Katharina. “Dat is op zich goed, alleen moet je even met beide benen op aarde komen. Je klaagt wel over je vrouw, maar jouw geest kent geen grenzen. Die wil alleen maar feesten en meer en meer. Ook daarom ben je aan de drugs gegaan.”
Frappant is ook dat ik al jaren met trots mijn pieken en dalen vergeleek met een hartbewakingsmonitor. Zolang dat lijntje op en neer bliept, is er sprake van leven. Anders heb je een ‘flatliner’, wat betekent dat de patiënt op de operatietafel is overleden. Maar dit keer kwam ik er niet mee weg.
“Maar jij hebt van scherpe punten; van die uitschieters”, zei Katharina snedig. “We gaan er relaxte golfbewegingen van maken”, golfde ze met haar wijsvinger en benadrukte ‘relaxte’ op warme, zwoele toon.
Ik was een beetje opgelucht dat mijn flatline-theorie enigszins overeind bleef, maar realiseerde dat er heel wat werk aan de winkel is. Haar therapie voor ‘traumaverwerking’ houdt in dat ik mezelf helemaal ga ‘heropvoeden’. Te beginnen vanaf in de baarmoeder tot mijn huidige leeftijd. “We gaan alle rottigheid uit je halen, zodat je niet meer wil roken,” zei Katharina alles behalve zweverig tijdens het intakegesprek. “Je gaat keihard werken kreng!”
Een duizendste van een seconde overwoog ik te vluchten voor de realiteit. Maar die luidt – naar het liedje van Jenny Arean en Frans Halsema: ‘Vluchten kan niet meer, ik zou niet weten hoe… Hoe ver moet je gaan?’

Wat eraan vooraf ging

*iwanbrave=brainwave* Hij vertrok in 1996 als gefrustreerde ex-Het Parool-journalist naar Paramaribo, Suriname voor zijn doorbraak. Hij columnistte 3 jaar voor de Volkskrant, schreef voor de Groene Amsterdammer, werd correspondent van RTL4-nieuws, presenteerde voor ABC Radio van de legendarische Johnny Kamperveen. In 1998 verscheen zijn bundel 'Enkele Reis Paramaribo'. Hij ging een tweede mislukt huwelijk aan met het Parool. Hij legde de bouw van de twee megabruggen - totaal 3 km - vast voor Ballast Nedam. Was medegrondlegger van PIT, Paramaribo Post, Informed, gaf zijn krachten aan United Business Magazine, hoereerde bij Future Radio, flirte met The Times of Suriname, had een haat-liefde verhouding met De West. Werd uiteindelijk chef Binnenland/Economie en politiek redacteur van de Ware Tijd en columnistte voor - last but not least - AD/Haagsche Courant. Totdat hij compleet op was en versplinterd. Oh ja: hij trouwde - na ettelijke relaties en avontuurtjes - ook nog tussendoor AIDSVRIJ met een 19-jarige Aucaanse. Heeft drie kinderen- van wie twee biologisch en twee wettelijk. Al zijn nazaat heeft als geboorteplaats 'Paramaribo'. Niet slecht voor een "EURO-NEGER"! Laatstelijk gesignaleerd in de drugsscene van Paramaribo. Broodmager. Hij vluchtte uit het Psychiatrisch Centrum Suriname - wie zou dat niet hebben gedaan - en liep weg bij het christelijk opvangcentrum voor drugsverslaafden De Stem. Linea recta naar Amsterdam. Voor 'totaal herstel'. Voorlopig zonder zijn gezin.
Powered By Blogger

Klik tips voor optimaal leesplezier!

Klik op: 'Ouder(e)' berichten voor volgend(e) van latere datum. Viceversa voor 'Nieuwer(e)'. Klik op: titel boven elk verhaal (of in "Blogarchief") voor zichtbaarmaken reacties. Klik op 'Startpagina' voor herstel van pagina zonder reacties.